Hamertenen
Hielpijn
Knieschijf (patella) klachten
Morbus Sever (hielpijn bij kinderen)
Mortonse neuralgie
Podotherapeutische zolen
Scoliose en beenlengteverschil
De achillespees
Achillespeesblessures zijn zeer veel voorkomende sportblessures. Vooral bij hardlopers of sporters die lopen als trainingsonderdeel hebben. De pijn aan de achillespees bevindt zich meestal of op de aanhechting op de hiel of tot
Er zijn vele mogelijke oorzaaken voor het ontstaan van achillespeesklachten:
- slecht looppatroon: - te veel naar binnen lopen (overproneren) – te veel naar buiten lopen (oversupineren)
- slechte stand: - holvoeten – scheefstand van het bekken (beenlengteverschil)
- Schoeisel en loopondergrond.
Podotherapie
Een podotherapeut houdt met alle facetten van het probleem rekening, niet alleen alledaagse aspecten maar zeker ook sportspecifieke aspecten.
Er zijn diverse therapiemogelijkheden te weten sportinlegzolen, schoenadvies, tijdens ontlasting (zool) in combinatie met fysiotherapie, loopadvies, etc.
Eelt en likdoorns
Eelt
Het vormen van eelt is een natuurlijke reactie van het lichaam om de huid te beschermen. Eelt is een beschermende verdikking van de huid die ontstaat door abnormale druk en wrijving.
Eelt vind je meestal onder de bal van de voet en op de hiel. Deze plaatsen dragen de meeste druk tijdens het staan het lopen. Wanneer het eelt dikker wordt, geeft dit meer druk tegen de huid en er ontstaat pijn.
Likdoorns
Likdoorns zijn verdikte (eelt)plekken van de huid die gevormd worden als reactie op extreme plaatselijke druk en wrijving. Ze zijn het resultaat van het beschermingsmechanisme van het lichaam om de huid en onderliggend weefsel te beschermen. Likdoorns zijn meestal hard en rond van vorm, met een kern.
Er zijn 2 typen likdoorns.
Het eerste, meest voorkomende, type ontstaat op de tenen en aan alle zijden van de voet. Deze noemt met Heloma Durum (harde likdoorn) en wordt meestal veroorzaakt door niet goed passend/zittend schoeisel en teen-afwijkingen.
Het tweede type ontstaat tussen de tenen, wordt Heloma Molle (zachte/weke likdoorn) genoemd en is meestal het resultaat van botafwijkingen van de tenen. Doordat de tenen dicht tegen elkaar gedrukt worden, blijft de huid ertussen vaak zacht en week.
Ontstaan
Eelt onder de voet is meestal het gevolg van verkeerd bewegen op de voet. Bijvoorbeeld door een afwijkende voetstand of teenstand, maar ook als gevolg van andere klachten (knie-, heup-, rugklachten) waardoor er een ander looppatroon ontstaat, of ten gevolge van ziektebeelden zoals reuma.
Verkeerde of slecht passende schoenen veroorzaken ook vaak eelt, met name op de tenen.
Klachten
Overmatige eeltvorming kan verschillende klachten geven uiteenlopend van branderigheid tot stekende pijn. Wanneer er een op een klein gedeelte van de voet extra hoge drukkrachten plaatsvinden kunnen er likdoorns ontstaan. Het eelt wordt op die plaats dus naar binnen gedrukt en er ontstaat een soort “doorntje”.
Podotherapeut
Herhaaldelijk terugkerende likdoorns op de voet zijn aanleiding om een podotherapeut te bezoeken. De podotherapeut heeft hier vaak passende oplossingen voor: instrumentele behandeling aangevuld met een zooltherapie bij een verkeerde voetstand op looppatroon.
Hamertenen zijn tenen, waarvan de gewrichtjes gebogen zijn.
De reden hiervan is meestal een dysbalans tussen de buigspieren en strekspieren van de tenen. Dit ontstaat bijv. door verkeerde schoenen, gewrichtsontstekingen, afwijkende voetstand met afwijkend looppatroon, breuk, etc.
Er zijn twee typen hamertenen, gebaseerd op de beweging in de gewrichten, te weten:
- flexibele
- rigide (stijve)
Een flexibele hamerteen is er een met flexibele teengewrichten die je met behulp van je vingers kunt strekken. Doorgaans zijn flexibele hamertenen minder pijnlijk dan rigide.
De rigide hamerteen is dus niet met je vingers te strekken. De rigide hamerteen kan erg pijnlijk zijn en loopvermogen ernstig beperken.
Op de hamertenen ontstaan vaak pijnlijke likdoorns, doordat ze tegen de schoen drukken en schuren. De hamertenen zorgen ook voor meer druk onder de voorvoet, deze kunnen daardoor overbelast raken. Likdoorns die op de hamertenen ontstaan kunnen door een gediplomeerd pedicure verwijderd worden. Blijken deze likdoorns snel te recidiveren (terug te komen) kan een podotherapeut hier oplossingen voor bieden.
De oplossing is afhankelijk van het soort hamerteen. Flexibele hamertenen kunnen vaak goed behandeld worden met een soepele orthese van siliconen. Deze orthese zorgt ervoor dat de tenen gestrekt worden.
Therapie van een rigide hamerteen is meestal meer gericht op protectie (=bescherming). Een strekkend effect is moeilijk te bereiken, dus het doel zal dan zijn protectie en behoud van de huidige stand.
Pijnlijke voorvoeten als gevolg van hamertenen kunnen behandeld worden met en orthese of met een drukontlastende podotherapeutische inlegzool.
Hielpijn
Het hielbeen (calcaneus) is een groot en stevig bot dat een belangrijke functie heeft bij het staan (het moet dan ook veel lichaamsgewicht kunnen dragen) en bij het afwikkelen van de voet tijdens het lopen. Het hielbeen heeft een direct gewrichtscontact met het sprongbeen (talus), dat een belangrijk onderdeel van het enkelgewricht vormt. Beschadigingen van het gewricht tussen hielbeen en sprongbeen, het onderste spronggewricht genoemd, leiden tot bewegingsbeperkingen van de voet bij het lopen. Het hielbeen heeft ook een gewrichtsvlak met een der middenvoetsbeenderen en het vormt een aanhechtingspunt voor een aantal enkelbanden en pezen in de voet.
Klachten/blessures aan de hiel komen het meest voor op twee voorkeursplaatsen. Dit zijn: pijn aan de achterzijde van de hiel en pijn aan de onderzijde van de hiel.
Pijn aan de onderzijde van het hielbeen: Calcaneodynie (hielpijn), hielspoor, peesplaatontsteking (fasciitis plantaris).
Calcaneodynie
Het vetkussen, dat zich onder de hiel bevindt, zorgt voor een goede demping tijdens het staan en lopen. Maar dit vetkussen verliest, naarmate we ouder worden, deels zijn functie. Dit betekent dat het vetkussen dunner wordt en het dempend vermogen vermindert, waardoor het hielbeen overbelast of geïrriteerd kan raken.
Hielspoor
Een hielspoor is een uitgroeisel van botweefsel aan het hielbeen in de vorm van een kromme doorn. Een hielspoor bevindt zich vaak daar waar de peesplaats zijn aanhechting heeft op het hielbeen. Dit is met röntgenfoto’s aan te tonen. Indien er op de röntgenfoto geen afwijkingen te vinden zijn dan is er eerder sprake van een irritatie of ontsteking van de peesplaat. De pijnplaats bij een hielspoor is vaak met één vinger aan te wijzen.
Peesplaatontsteking
Dit peesblad (fascie) loopt naar de tenen toe en waaiert uit tot de kopjes van de middenvoetsbeentjes. Het steunt het lengtegewelf van de voet ter hoogte van de zool (plantair) en vergroot als gespannen band de afzetkracht van de voet tijdens hardlopen en springen. Het peesblad is niet erg elastisch, omdat anders de voet fors zou doorzakken bij het staan en de afwikkeling verstoord zou raken. Een peesplaatontsteking (plantaire fasciïtis) wordt meestal veroorzaakt door een te grote trekkracht aan de aanhechting van de peesplaat onder de voet.
Ontstaan van de peesplaatontsteking
Tijdens het (hard)lopen wordt het peesblad bij elke pas aangespannen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bij een verandering in de voetafwikkeling door standsafwijkingen, zachte soepele schoenzolen en lopen op ongelijkmatig of hard terrein, dit peesblad ontstoken kan raken. De pijn bevindt zich bij deze aandoening langs dit peesblad en aan de binnenzijde van het hielbeen.
Klachten hielspoor en peesplaatontsteking
Het is soms moeilijk om deze klachten van elkaar te onderscheiden, omdat ze nagenoeg dezelfde symptomen hebben en zich op dezelfde plaats manifesteren.
Meestal is er een scherpe pijn bij het staan en een branderig of zeurende en stijf gevoel aan de hak en door de voet heen. Ochtendstijfheid en stijfheid na rust zijn karakteristiek, zoals bij veel peesontstekingen, evenals de startpijn gedurende de eerste meters lopen.
Podotherapie
Onderzoek moet uitwijzen of het hielbeen scheef staat of verkeerd wordt belast, wand dit heeft invloed op het hielbeen zelf en de omgevende pezen maar ook op de rest van de voet. Daarnaast wordt onderzocht of het gaat om een hielspoor of een peesplaatontsteking of een combinatie van beide. Voor beide aandoeningen is het belangrijk de voet te ondersteunen om overrekking te vermijden. Een goede stabiele schoen met een corrigerende inlegzool is een eerste vereiste. Daarnaast is het voor het echte hielspoor belangrijk de plaats van de botvorming te ontlasten door het maken van een uitsparing in de zool ter hoogte van het pijnpunt.
Knieschijf (Patella) klachten
Het kniegewricht bestaat uit het scheenbeen (tibia) en het bovenbeen (femur) en de knieschijf (patella). Dit is het botstukje, aan de voorzijde van de knie, dat in de pees van de grote queadricepsspier (M. quadriceps) zit. De M. quadriceps loopt aan de voorzijde van het bovenbeen (femur) naar het onderbeen (tibia).
Deze constructie zorgt ervoor dat je het been kan strekken. De knieschijf heeft hierbij een soort hefboomwerking waarbij het de kracht van de M. quadriceps verhoogt.
De onder- en achterkant van de knieschijf is bekleed met kraakbeen. Het kraakbeen zorgt ervoor dat de knieschijf een glad oppervlak heeft, om bij beweging gemakkelijk in de speciale groeve op het boven (femur) te glijden.
Veel knieklachten ontstaan wanneer het kraakbeen van de knieschijf geïrriteerd wordt of gaat slijten (degeneren). Dit wordt dan meestal chondromalacie of chondropathie genoemd.
Oorzaak
Slijtage hoort bij ouder worden, maar kan daardoor soms wel de oorzaak zijn van het ontstaan van klachten. De meest voorkomende oorzaak van knieschijfklachten heeft zijn oorsprong in hoe de knieschijf beweegt in de groeve van het bovenbeen (patello-femorale groeve). Dit kunnen we onderverdelen in 3 groepen:
- Dysbalans in de spieren van de M. quadriceps
- Dysbalans door een afwijkende bot-/skeletbouw: X-benen of O-benen
- Dysbalans door afwijkingen in de anatomische aanleg van groeve of knieschijf; bijv. groeve te ondiep
Bij de eerste twee punten zal de knieschijf een verkeerde trekkracht ondervinden van de M. quadriceps. Hierdoor wordt de knieschijf meer naar een van de twee zijden getrokken. Meestal is dit naar de buitenzijde, waar op het kraakbeen meer druk zal ontstaan, hetgeen kan lijden tot irritatie dan wel slijtage. In elk geval “spoort”de knieschijf niet meer goed in de groeve.
Klachten
Typerend voor mensen met patello-femorale klachten is de pijn bij bergaf en traplopen, of die knie lang in een gebogen positie houden (lange autoritten). Soms kun je de knie horen “knarsen”bij het traplopen of dat de knieschijf klikt wanneer deze gebogen wordt. Dit komt doordat de ruwe kraakbeen oppervlakten van de knieschijf en de groeve op het femur tegen elkaar schuren.
Het kniegewricht kan op deze irritatie reageren met zwelling en ontstekingsverschijnselen.
Podotherapie
Een podotherapeut kan tijdens het onderzoek de stand en afwikkeling van de voet, enkel en knie controleren,. Wanneer tijdens het lopen de enkel te veel naar binnen knikt (overproneert) heeft dit effect op de knie. De knie zal daardoor meer naar binnen draaien (endoroteren), hierbij wordt de knieschijf meer naar buiten getrokken zal tegen de buitenrand van de patello-femorale groeve aan gaan lopen. Dit geeft pijnklachten en op de lange duur mogelijk slijtage van de knie. Ook overdreven naar buiten lopen (supineren) kan dit soort klachten veroorzaken.
De podotherapeut kan dan de voetstand of voetafwikkeling corrigeren met behulp van podotherapeutische zolen eventueel met aanvullend schoenadvies. Eventueel is samenwerking met de fysiotherapie mogelijk om de M. quadriceps te trainen.
Morbus Sever (hielpijn bij kinderen)
In de groeifase moet het hielbeen in verschillende richtingen groeien. De groeischijf van het hielbeen bevindt zich aan de achterzijde van het hielbot. Net erboven hecht de achillespees vast en sommige vezels lijken door te lopen tot onder de hiel.
De buitenste schil van het hielbeen (calcaneus) heet apophyse, zodat een ontstekingsreactie hiervan apophysitis calcaneï wordt genoemd, of ook wel Morbus Sever.
Ontstaan
Morbus Sever komt vaak voor bij (actieve) kinderen tussen 8 en 13 jaar en meer bij jongens dan bij meisjes. Bij kinderen in deze leeftijdscategorie komen bij belasting van het hielbeen soms onregelmatigheden in die nog niet volgroeide groeischijf voor.
Druk op het hielbeen bij het stoten van de voet en veel springen veroorzaken dan pijn en zelfs enige zwelling van de achterzijde van de voet (de hiel).
Klachten
De pijn kan veroorzaakt worden door: trauma/letsel, overgewicht, op blote voeten lopen of grote lichamelijke activiteiten (zoals rennen en springen).
Tevens kan een afwijkende voetstand van het hielbeen een grotere trekkracht aan de achillespees geven waardoor de hielpijn geprovoceerd kan worden. Sporten zoals basketbal, tennis en voetbal provoceren de klachten.Wanneer de groeischijf zich sluit zal de pijn verdwijnen.
Podotherapie
De behandeling van deze steriele ontsteking van het groeiende hielbot bestaat uit een beperking van de hielsbelasting bij sporten. De podotherapeut kan een corrigerende inlegzool maken en/of schoenadvies (dikkere dempende schoenen) geven.
Mortonse neuralgie
Een Mortonse neuralgie is een zenuwbeknelling tussen twee middenvoetsbeentjes. De beknelde zenuw raakt hierdoor geïrriteerd. Meestal betreft het de zenuw tussen het 3e en 4e middenvoetsbeentje, soms ook tussen het 2e en 3e middenvoetsbeentje Wanneer de zenuw erg geïrriteerd is, kan hij opzwellen waardoor de kans groter wordt om tussen de middenvoetsbeentjes klem te komen zitten. Het probleem ontstaat vaak op deze plek omdat hier twee zenuwbanen samen komen. Waar deze twee zenuwen samenkomen, is de zenuw dikker in doorsnede dan de andere zenuwen die naar de tenen gaan. Ook ligt de zenuw in het onderhuidvetweefsel, net boven het vetpolster van de voet, dichtbij de arterie en venen (bloedvaten). Boven deze zenuw ligt een dik ligament (band) die de middenvoetsbeentjes bij elkaar houdt. Dit ligament is erg sterk en vormt het dak boven de zenuw. Het grondoppervlak drukt, met elke stap, van onderuit tegen de verdikte zenuw en het dikke ligament geeft een druk naar beneden. Dit veroorzaakt compressie van de zenuw in de smalle ruimte tussen de middenvoetsbeentjes.
Ontstaan
De oorzaak van deze aandoening kan velerlei zijn. Vaak is een afwijkende voetstand debet aan het begin van de klachten, dit uiteraard in combinatie met de de belasting en activiteiten die ondernomen worden. Verschillende activiteiten, zoals rennen, tennis, voetbal of het gebruik van strak zittende schoenen of lopen op hoge hakken, kunnen neuralgische (zenuw) klachten veroorzaken.
Klachten
De symptomen in de beginstadia van de klacht worden voornamelijk gekarakteriseerd door acute perioden van pijn in de voorvoet met uitstralende pijn naar de tenen. De pijn treedt bijna altijd plotseling op tijdens lopen/sporten en heeft het karakter van kramp of een snijdende pijn. Het uittrekken van de schoen en het masseren van de voet bezorgd dit meest snelle verlichting van de klachten. Op den duur komen de pijnperioden steeds sneller en deze houden langer aan. De klachten verdwijnen niet meer zo snel door het uittrekken van de schoenen of massage. Op den duur kunnen zenuwverdikkingen (neuromen) zo dik worden dat het onmogelijk wordt om zonder pijn schoenen te dragen en wordt de pijn chronisch.
Podotherapie
Bij de behandeling in de acute fase is het belangrijk om de overdruk op te heffen en te zorgen dat de zenuw weer “vrij” komt te liggen. Dit kan door een podotherapeutische inlegzool. Een passend schoenadvies is ook een (aanvullende) therapie mogelijkheid.
Het dragen van podotherapeutische zolen in uw schoenen:
· Haal bij het gebruik van podotherapeutische zolen de oorspronkelijke verdikkingen of inlays uit uw schoenen, zodat de speciaal voor u gemaakte zolen vlak in uw schoenen liggen.
· Pas nieuwe schoenen in de winkel altijd met de zooltjes. Als de binnenzool niet uit de schoen gehaald kan worden kunt u overwegen een maat grotere schoenen te passen.
· De eerste paar dagen bouwt u langzaam het dragen van de zooltjes op, de eventueel ontstane druk of spierpijn zal in de loop van de dagen afnemen.
Shin Splints
Het onderbeen bestaat uit 2 botstukken, het scheenbeen aan de binnen-voorzijde en het kuitbeen aan de zij-achterkant. De 2 botstukken worden verbonden door een sterke bindweefselplaat. Onderaan vormen en het scheenbeen en het kuitbeen de benige onderdelen van respectievelijk binnen- en buitenenkel. De botstukken worden omhuld door een dun beenvlies, dat goed doorbloed is en zeer gevoelig. Denk maar eens aan een stoot tegen de schenen.
Aan het onderbeen ontspringen een aantal spieren. De diepe kuitspier, de achterste scheenbeenspier en de lange teenbuigspier zijn de belangrijkste.
Al deze genoemde spieren spelen een rol bij het ontstaan van Shin-Splints, waarbij sprake is van irritatie van het beenvlies op de plaats van de aanhechting van de genoemde spieren aan het bot. Hierbij kan het ook gaan om een ontstekingsreactie.
Oorzaak
Het ontstaat vaak bij loopsporten waarbij de voet teveel naar binnen beweegt (overpronatie). Dit kan komen door verkeerd schoeisel of een verkeerde voetstand of voetafwijking
Klachten
De voornaamste klacht is pijn en wordt meestal gevoeld op de onderste helft van het scheenbeen aan de binnenzijde. De pijn kan ook lager, tot aan de binnenenkel, worden gevoeld. Of hoger, zelfs tot aan de knie.
De pijn in scherper van karakter en er worden “steken”aangegeven. De pijn wordt gevoeld bij de landing en ook wel bij de afzet. Soms is het voelbaar bij het hurken.
Aanraking geeft veel pijn, bv als de benen over elkaar worden gelegd. De pijn kan heviger worden bij een lager looptempo. Bovendien geeft een lager looptempo meer klachten. Afhankelijk van de ernst van de klachten kan met hardlopen worden doorgegaan. Vaak is de pijn daar echter te hevig voor. Ondanks een rustperiode komen de klachten meestal terug als geen aanvullende behandeling wordt ingesteld. Een enkele keer kan er sprake zijn van een licht oppervlakkige zwelling ter plaatse van de pijn en wordt er door de loper een “strengetje”gevoeld.
Podotherapie

Gigo 2008